Traumabehandeling aan huis

Fatma is psycholoog bij FamilySupporters. Eens in de maand vertelt zij over uitdagingen, inspiraties en belevenissen in haar (werk)leven.


Daar stonden we dan samen voor de huisdeur van Hans. Wat gelijk aan de oude deur opviel was de enorme camera in het midden. We belden aan, er volgde gerammel, een paar klikken, en de deur schoot open.

In mijn tweede werkweek bij FamilySupporters vroeg mijn collega Iris: ‘Fatma wil jij een keer mee op huisbezoek om te onderzoeken of er sprake is van trauma?’ Natuurlijk wilde ik dat. Het ging om een 80-jarige man met lichte cognitieve klachten. Iris, een ervaren verpleegkundige uit het ouderenteam, had in een aantal sessies een biografie opgesteld. Hierbij kwamen er veel nare gebeurtenissen en gevoelens van vroeger naar boven, vandaar de vraag aan mij om dit te onderzoeken. 

“Ja, kom binnen” hoorde ik Hans roepen vanaf de 1e verdieping. Al snel kwam een wandelstok tevoorschijn die gevolgd werd door een vriendelijk gezicht met grijs haar en een snor. De bril met vierkante glazen en een zwart montuur zat als gegoten.
In het volgende uur maakten we contact en wisselden we informatie uit. Hij vertelde over zichzelf, ik vertelde vooral over trauma’s en over de behandeling. Het zou EMDR, een traumabehandeling, aan huis worden. 

Daar ging ik dan op stap met mijn EMDR koffer. Aan de ene kant heel blij dat er een speciale koffer is om de lichtbalk in op te bergen en aan de andere kant aan het worstelen met mijn handtas, lunchtas en de 90 cm brede EMDR koffer met korte handvat. Vijftien minuten later stond de lichtbalk op de eettafel van Hans, samen met allerlei gereedschap, brieven en andere spullen die we zo goed mogelijk aan de kant hadden geschoven. 

We doken het verleden in. Al snel kwam zijn intelligentie en creativiteit naar boven. Een duizendpoot. Hij wist lood om te buigen tot de mooiste beeldjes, repareerde ziekenhuisapparatuur, wist jarenlang een horecazaak te runnen, schilderde levensgrote schilderijen en maakte vliegers in zijn vrije tijd. Trots liet hij mij zijn portofolio zien. 

We deelden momenten. Emoties. Momenten die emoties teweegbrachten. We hadden het over hoe je dingen weer kan oppakken. Dingen waar je ooit plezier uithaalde. Zoals schilderen of de markt op gaan. Al moest dit laatste nu noodgedwongen in een scootmobiel. We bespraken verlammende gevoelens. Schuldgevoelens. Gevoelens die te zwaar zijn om te dragen en die we toch niet los willen laten. We stonden stil bij waarom we dit niet willen. En wat we nodig hebben om het toch te doen. 

Hans had een prachtig uitzicht op de gracht. “Ik woonde vroeger in deze straat’’, zei ik. “Oh echt waar’’ zei Hans verbaasd. ‘’En waar woon je nu dan?’’ “Almere’’, antwoorde ik. “Almere, meen je dat nou?! Wat een afgang zeg’’, zei hij verontwaardigd. Samen proestten we het uit van het lachen. Ergens had hij misschien ook wel gelijk. 

Een half jaar later. De behandeling was rond. Tijdens de evaluatie kon Hans niet heel goed benoemen wat de behandeling hem had gebracht. Jammer. Maar ik zag het wel, samen met mijn collega: een wereld van verschil. Hij kon goed zijn grenzen aangeven, kon rustig over vroeger praten zonder emotioneel te worden en nam zelf de regie. Dit laatste bleek uit zijn reactie op mijn voorstel om zijn schoondochter uit te nodigen voor het evaluatiegesprek: “Nee dat hoeft niet, ik kan het toch zelf?’’, zei hij.